De Bijbel 4: Ketoeviem of Geschriften

Als 4° beschouwing van de bijbel kijken wij naar de slotletter van het Hebreeuws acroniem "Tenach". Daar vindt men de CH van Ketoeviem (Geschriften). Na het Wetboek en de Profetische Geschriften is er de plaats voor de andere Geschriften zoals gezangen, klaagliederen, gedichten, spreuken, kronieken en enkele losse verhalen, die in bepaalde christelijke Bijbels wel een andere volgorde genieten.

De Kronieken of Divree Hajamiem mag dan wel de Tenach afsluiten maar voor de Christenen zijn de voorspellingen van Zacharia, Maleachi en hun voorgangers uiteindelijk tot een wordingspunt gekomen waarbij de profeet Johannes de Doper die man mag dopen die aanschouwd kan worden als het tot vlees gekomen woord van God. Voor de volgelingen van die man, waarbij zijn doopsel een stem uit de hemel klonk die verklaarde dat deze de zoon van God is, komen er nog andere schriften bij die daarom ook de 2° Geschriften of Ketoevim Bet (Kethuvim Bet) worden genoemd. Deze geschriften die ontstaan zijn na de geboorte van de Messias worden daarom ook Messiaanse Geschriften genoemd, tegenover de andere Pre-Messiaanse Geschriften.

 

De mensheid is door God steeds benaderd geworden als iets bijzonders voor Hem. Liefst wil God dat de mensen Hem vinden en Hem eren. Zijn Woord dat alles tot stand brengt, heeft Hij laten weerklinken in de werken die aardse mensen voor Hem opgetekend hebben.

 

Die werken werden verzameld in één boek dat dan weer uit twee grote boekdelen bestaat, de pre-Messiaanse en de Messiaanse geschriften, door velen gekend als het Oude en het Nieuwe testament.

Samengevoegd vormen zij de Bijbel of Heilige Schrift, het Boek der boeken dat de meest vertaalde Bestseller aller tijden is.

 

Het geheel is aan de mensheid gegeven zodat die kan komen in te zien wat er in het verleden gebeurd is, hoe alles tot staan kwam, hoe de mens afstand nam van de Grootste Maker en wat de Goddelijke Schepper wil van hen en wat zijn plannen met hen zijn en hoe wij uiteindelijk tot een algemene wereldvrede zullen komen.

 

In al die geschriften kan de mens Gods openbaring vinden van wat alle mensen moeten weten over hun afkomst, rebellie tegen God, zondige natuur, redding, spirituele ontwikkeling, en omtrent hun bestemming te vinden.

 

Het idee van een verzameling van heilige geschriften ontwikkelde zich in het begin van het Hebreeuws-christelijk denken. Daniel in de 6e eeuw v.g.t. sprak van een profetisch schrijven als "de boeken" (Daniël 9: 2). De schrijver van 1 Makkabeërs (2de eeuw v.g.t.) verwees naar de Tenach of het Oude Testament als "heilige boeken" (12: 9).

 

 

Meester leraar rabbi Jeshua, in de huidige wereld beter bekend als Jezus Christus gebruikte de rollen om mensen de weg naar God te wijzen. Hij zinspeelde op de Tenach als "de Schriften" (Mattheüs 21:42), en Paulus sprak over hen als "de heilige Schriften" (Romeinen 1: 2).

 

In die geschriften gaat het er om dat de mensen een verlosser mochten verwachten die werd gemaakt van het zaad van David, naar het vlees, en dat het יהוה {Jehovah) de Enige Ware God boven alle goden te doen is om die steen welke de mensen verworpen hebben.

 

“Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schrift: "De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoeksteen geworden; van den Heer is dat geschied, en het is een wonder in onze ogen"?” (Mattheüs 21:42 LU)

 “1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, geroepen tot apostel, afgezonderd om te prediken het evangelie Gods, 2 -hetwelk hij te voren beloofd heeft door zijne profeten in de Heilige Schriften, 3 van zijnen Zoon, die geboren is uit het zaad van David naar het vlees,” (Romeinen 1:1-3 LU)

In de Nevie'iem en
Ketoeviem (Profeten en Geschriften) werd er verwezen naar hij die nog moest komen. In de 2° reeks van Ketoevim of 2° Geschriften is die Messias werkelijkheid geworden. De welgeliefde eniggeboren zoon van God Yahushua de Messias, Yashua - Yeshua - Jeshua of Jezus Christus, onze Heiland, nam dan ook die woorden ter harte om duidelijk te maken dat hij die persoon was waar men zo lang naar uit keek.

 

Reeds lang bepaald voor Abraham, maar gekomen uit het zaad van die patriarch en van David, na zo veel jaren dat de profeten spraken over hem die op hun hart lag. Doch hebben weinigen aandacht aan die woorden geschonken die de profeet Jezus verder verduidelijkte. Die leermeester gebruikte steeds die Geschriften waarop hij zinspeelde dat elk van God ingegeven schriftwoord neergeschreven ter toerekening van elke mens, ook nuttig is om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid. (2 Timotheüs 3:16)


Commentaar schrijven

Commentaren: 0