De Bijbel 9: Geheel nuttig

Velen denken dat enkel het Nieuwe testament de bijbel voor de Christenen is, maar niets is minder waar. De Bijbel hoort in zijn totaliteit als Woord van God aangenomen te worden ter volledige vorming.

“23 ¶ Maar het is niet om hèm alleen, dat er geschreven staat: "het werd hem toegerekend," 24 doch ook terwille van ons, wien het toegerekend zal worden, zo we geloven in Hem, die Jesus uit de doden heeft opgewekt; onzen Heer,” (Romeinen 4:23-24 Canis)

 “alles toch wat vroeger geschreven werd, is tot onze onderrichting geschreven, opdat we de hoop zouden verkrijgen door het geduld en de vertroosting, die de Schriften ons bieden.” (Romeinen 15:4 Canis)

 “Dit alles nu overkwam hun als een voorafbeelding voor ons, en het werd opgeschreven tot waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven.” (1 Corinthiërs 10:11 Canis)

 “26 En zoals het was in de dagen van Noë, zo zal het ook in de dagen van den Mensenzoon zijn. 27 Men at en dronk, huwde en huwde uit, tot op de dag, dat Noë de ark binnentrad, en de zondvloed kwam en allen verzwolg. 28 Of zoals het was in de dagen van Lot: men at en dronk, kocht en verkocht, plantte en bouwde. 29 Maar op de dag, dat Lot uit Sódoma ging, liet God het vuur en zwavel uit de hemel regenen, en verdelgde allen. 30 Zo zal het ook gaan op de dag, waarop de Mensenzoon verschijnt.” (Lukas 17:26-30 Canis)

 “14 Gij echter, volhard in wat ge geleerd en gelovig aanvaard hebt; 15 omdat ge weet, van wien ge het hebt geleerd, en omdat ge van kindsbeen af de heilige Schriften kent, die u wijsheid ter zaligheid kunnen geven door het geloof in Christus Jesus. 16 De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig tot onderrichting, weerlegging, terechtwijzing en opvoeding in de gerechtigheid; 17 opdat de man Gods er door volmaakt zou worden, en toegerust tot ieder goed werk.” (2 Timotheüs 3:14-17 Canis)

 “Maar de Helper, de Heilige Geest, dien de Vader zal zenden in mijn naam, Hij zal u alles leren en alles u in herinnering brengen, wat Ik u heb gezegd.” (Johannes 14:26 Canis)

 “Want nooit is er een profetie uitgebracht door de wil van een mens, maar onder de drang van den heiligen Geest hebben mensen gesproken uit naam van God.” (2 Petrus 1:21 Canis)

 “Want Jahweh tuchtigt hem, dien Hij liefheeft, Kastijdt het kind, dat Hij mag.” (Spreuken 3:12 Canis)

 “En wanneer Hij komt, zal Hij de wereld tot inzicht brengen van zonde, gerechtigheid, en vonnis:” (Johannes 16:8 Canis)

 “hij moet zich houden aan de prediking, die strookt met de ware leer, opdat hij met gezonde onderrichting vermanen kan en de tegensprekers weerleggen.” (Titus 1:9 Canis)

 “en zijt gij dan reeds de vermaning vergeten, die u als zonen toespreekt: Mijn zoon, verwerp de kastijding des Heren niet, En wees niet ontmoedigd, zo ge door Hem wordt bestraft.” (Hebreeën 12:5 Canis)

 “Wie zich dus rein houdt van dit alles, zal een vat zijn tot ere, geheiligd, bruikbaar voor den Heer, en geschikt voor ieder goed werk.” (2 Timotheüs 2:21 Canis)

 “Man Gods, gij moet u daarvoor wachten! Streef liever naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, geduld en zachtmoedigheid.” (1 Timotheüs 6:11 Canis)

 “7 Aanvang der wijsheid is: doe wijsheid op, Doe inzicht op, zoveel ge kunt; 8 Zij zal u verheffen, als ge haar hooghoudt, U aanzien verlenen, als ge haar omhelst;” (Spreuken 4:7-8 Canis)

 “Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.” (Mattheüs 4:4 Canis)

 “Hij heeft u vernederd, en u honger doen lijden; maar Hij heeft u ook met het manna gespijzigd, dat gij nooit hadt gekend, en ook uw vaderen niet kenden, om u te leren, dat de mens niet leeft van brood alleen, maar leeft van al wat komt uit Jahweh’s mond.” (Deuteronomium 8:3 Canis)

 “Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: "De mens zal niet leven van brood alleen".” (Lukas 4:4 Canis)

 “Jesus sprak tot hen: Mijn spijs is, de wil te volbrengen van Hem, die Mij heeft gezonden, en zijn werk te voltooien.” (Johannes 4:34 Canis)

 “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enig waarachtigen God, en Hem dien Gij gezonden hebt, Jesus Christus.” (Johannes 17:3 Canis)

 “Jahweh, onze God, sprak tot ons bij de Horeb: Lang genoeg hebt ge nu bij deze berg vertoefd.” (Deuteronomium 1:6 Canis)

 

 “Dit zijn de geboden, de bepalingen en voorschriften, die Jahweh, uw God, bevolen heeft u te leren, en die gij moet volbrengen in het land, dat gij thans aan de overkant in bezit gaat nemen:” (Deuteronomium 6:1 Canis)

 “ 6 Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn. 7 Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken; 8 maar omdat Jahweh u lief had en zijn eed wilde houden, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeft Jahweh u weggeleid met sterke hand en u bevrijd uit het slavenhuis, uit de macht van Farao, den koning van Egypte. 9 Erken dus, dat Jahweh, uw God, waarachtig God is; de getrouwe God, die het Verbond houdt en genade bewijst aan die Hem beminnen en zijn geboden onderhouden, tot in het duizendste geslacht, 10 maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten. 11 Onderhoud dus de geboden, de bepalingen en voorschriften, waarvan ik u heden de naleving beveel. 12  Want zo ge aan deze voorschriften gehoorzaamt, ze onderhoudt en volbrengt, dan zal Jahweh, uw God, het Verbond houden, en u genade bewijzen, zoals Hij het uw vaders gezworen heeft. 13 Hij zal u beminnen, u zegenen en vermenigvuldigen; Hij zal in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, u te zullen geven, zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw akker, uw koren, uw most en uw olie, de dracht uwer runderen en de worp uwer schapen. 14 Boven alle volken zult gij worden gezegend; geen onvruchtbare zal er onder u zijn, onder uw mannen of vrouwen, zelfs niet onder uw vee. 15 Jahweh zal iedere ziekte ver van u houden, en u met geen der afschuwelijke egyptische kwalen bezoeken, die ge hebt leren kennen, maar ze doen neerkomen op al die u haten. 16 Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jahweh, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn. ” (Deuteronomium 7:6-16 Canis)

 “omdat ge weet, van wien ge het hebt geleerd, en omdat ge van kindsbeen af de heilige Schriften kent, die u wijsheid ter zaligheid kunnen geven door het geloof in Christus Jesus.” (2 Timotheüs 3:15 Canis)

 “Dezen waren beter gezind dan die van Tessalonika. Ze ontvingen het woord met alle bereidwilligheid, en onderzochten dagelijks de Schriften, of dit alles zo was.” (Handelingen 17:11 Canis)

 “Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.” (Efeziërs 5:17 Canis)

 

“17 Daarom zal Ik u zegenen, En uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, En als het zand aan het strand van de zee; Uw kroost zal de poorten van zijn vijanden bezitten. 18 In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend, Omdat gij naar mijn stem hebt gehoord.” (Genesis 22:17-18 Canis)

 “Komt, zeggen ze, trekken wij naar de berg van Jahweh, Naar het huis van Jakobs God; Hij zal ons zijn wegen doen kennen, Wij zullen zijn paden betreden! Want uit Sion komt de wet, Uit Jerusalem Jahweh’s woord;” (Micha 4:2 Canis)

 “Maar zij begrijpen niets Van Jahweh’s plannen, Zijn bedoeling vatten zij niet: Waarom Hij ze als schoven op de dorsvloer verzamelt.” (Micha 4:12 Canis)


 “De nederigen houdt Hij in het rechte spoor, Den eenvoudige toont Hij zijn pad;” (Psalmen 25:9 Canis)

 “Er staat geschreven bij de profeten: "En allen zullen zij onderricht worden door God". Wie naar den Vader luistert en door Hem is onderricht, hij komt tot Mij.” (Johannes 6:45 Canis)

 “3 Dit immers is goed en welgevallig aan God onzen Zaligmaker, 4 die wil, dat àlle mensen zalig worden en tot de kennis der waarheid geraken.” (1 Timotheüs 2:3-4 Canis)

 “Moge de God van onzen Heer Jesus Christus, de Vader der glorie, u een geest van wijsheid en openbaring verlenen, opdat gij Hem moogt leren kennen.” (Efeziërs 1:17 Canis)

 “En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,” (Filippenzen 1:9 Canis)

 “De koppigen moet hij terechtwijzen met zachtheid; want misschien brengt God ze tot inkeer en tot erkenning der waarheid,” (2 Timotheüs 2:25 Canis)


Commentaar schrijven

Commentaren: 0